Dagvaarding
Rechtstreekse dagvaarding
Bij een rechtstreekse dagvaarding door het parket wordt de strafzaak rechtstreeks voor de strafrechter gebracht. Aan de beklaagde wordt door de gerechtsdeurwaarder een dagvaardingsexploot betekend waarin vermeld staat waar, wanneer en waarom betrokkene voor de strafrechtbank moet verschijnen.
De zittingsdatum waarop men voor de strafrechter moet verschijnen, is ten vroegste 10 dagen na de dagvaarding. In de praktijk bedraagt de dagvaardingstermijn één tot enkele maanden.
Oproeping bij proces-verbaal
Soms kan een verdachte uit handen van de parketmagistraat zelf een formele kennisgeving ontvangen om voor de rechtbank te verschijnen. Dat is het geval in het kader van de (oude) snelrechtprocedure, een procedure die vooral tot doel heeft om snel te reageren op allerlei vormen van straatcriminaliteit die het veiligheidsgevoel van de burger aantasten. Het gaat hier om misdrijven met een zekere ernst, die geen complexe schade hebben veroorzaakt en geen uitgebreid persoonlijkheidsonderzoek van de dader vergen, kortom feiten die snel en eenvoudig kunnen berecht worden.
De parketmagistraat met dienst kan bij een geval van straatcriminaliteit of een misdrijf gepleegd door een veelpleger beslissen om de verdachte, die op heterdaad door de politie werd gearresteerd, binnen de 24 uur op zijn kabinet te laten voorleiden. De dader wordt in dat geval door de politie bij de substituut met dienst gebracht waar hij in kennis wordt gesteld van de feiten waarvoor hij zal moeten verschijnen en van de plaats, de dag en het uur van de correctionele zitting.
Deze kennisgeving gebeurt via een proces-verbaal waarvan onmiddellijk aan de dader een kopie wordt overhandigd. Dit proces-verbaal geldt dan als dagvaarding om te verschijnen. De termijn om te verschijnen voor de correctionele rechtbank is minimum 10 dagen tot maximum 2 maanden na de kennisgeving. |