Gerechtelijk onderzoek
Aanvang
Het gerechtelijk onderzoek is het onderzoek dat wordt gevoerd onder leiding van de onderzoeksrechter.
Anders dan bij het opsporingsonderzoek dat aanvangt van zodra het parket kennis krijgt van een strafbaar feit, kan het gerechtelijk onderzoek slechts van start gaan van zodra een zaak bij de onderzoeksrechter is aanhangig gemaakt.
In de meeste gevallen wordt een strafzaak ingeval van ernstige feiten aanhangig gemaakt bij de onderzoeksrechter door een “vordering tot onderzoek” van de procureur des Konings. Deze vordering moet vermelden voor welke feiten de onderzoeksrechter gevat is en welke onderzoeksdaden van hem gevraagd worden, bvb..een huiszoekingsbevel of een bevel tot aanhouding.
Een strafzaak kan eveneens bij de onderzoeksrechter aanhangig worden gemaakt door een klacht met burgerlijke partijstelling van diegene die beweert benadeeld te zijn door een misdrijf.
In het gerechtelijk arrondissement Leuven kunnen klachten met burgerlijke partijstelling enkel gebeuren op maandag-, woensdag- en donderdagvoormiddag van 8.30 uur tot 12.30 uur op de griffie van de Raadkamer. Er zal aan de burgerlijke partij de betaling van een borgsom gevraagd worden die de betaling van de gerechtskosten moet waarborgen. Ook wanneer het parket reeds een gerechtelijk onderzoek heeft gevorderd, kan het slachtoffer zich nog bij de onderzoeksrechter burgerlijke partij stellen.
De taak van de onderzoeksrechter in het gerechtelijk onderzoek bestaat erin alle onderzoeksdaden te stellen die kunnen bijdragen tot het ontdekken van de ware toedracht van de feiten. Hij zal alle bewijzen verzamelen die het onderzoek kunnen vooruithelpen, zowel deze die bezwarend zijn voor de verdachte als degene die in zijn voordeel pleiten. Zowel het parket, de verdachte, als de burgerlijke partij kunnen aan de onderzoeksrechter vragen om bijkomende onderzoeksdaden te verrichten.
Beëindiging
Wanneer de onderzoeksrechter meent dat het gerechtelijk onderzoek volledig is, deelt hij/zij het dossier mee aan het parket. Het parket zal dan in een eindvordering of slotvordering uiteenzetten voor welke misdrijven het onderzoek voldoende bezwaren heeft opgeleverd en ten laste van welke personen.
Indien het parket de misdrijven niet bewezen acht, zal een vordering tot buitenvervolgingstelling worden opgesteld. Wanneer de onderzochte misdrijven wel voldoende bezwaren hebben opgeleverd lastens bepaalde personen, zal het parket een vordering tot verwijzing naar de rechtbank nemen of, indien de verdachte niet toerekeningsvatbaar is, een vordering tot internering.
Het is de Raadkamer die, op vordering van het openbaar ministerie, de rechtspleging regelt en beslist tot buitenvervolgingstelling, internering of verwijzing naar de rechtbank. In geval van hoger beroep tegen de beschikking van de Raadkamer, zal de Kamer van Inbeschuldigingstelling de verdere rechtspleging bepalen. |