Seponering
De beslissing van het parket om, na een opsporingsonderzoek, geen vervolging in te stellen, wordt seponering genoemd. De zaak wordt dan zonder gevolg geklasseerd en niet voor de rechtbank gebracht.
De seponering van een strafdossier is niet noodzakelijk een definitieve beslissing. Het parket kan steeds, zolang er geen verjaring is, op de beslissing tot seponering terugkomen en het onderzoek hernemen, bvb. omdat er nieuwe elementen aan het licht zijn gekomen of de verdachte nieuwe feiten gepleegd heeft.
De beslissing tot seponering kan in de eerste plaats berusten op de vaststelling dat een strafrechtelijke vervolging in een zaak niet mogelijk is omdat er bvb. geen strafbare handeling is gesteld, omdat er geen of onvoldoende bewijs is voor het misdrijf, omdat de dader van het misdrijf niet kan geïdentificeerd worden, omdat de strafvordering vervallen is door het overlijden van de verdachte of omdat de feiten verjaard zijn. In die gevallen spreekt men van een seponering om juridisch-technische redenen.
Daarnaast kan het parket, ook al zijn er op zich voldoende bewijzen om iemand voor de strafrechter te brengen, toch oordelen dat een vervolging in het algemeen belang niet wenselijk is. Dat is bvb. het geval wanneer de schade gering is, wanneer de tussenkomst van de politie op zich voldoende is, wanneer een onwettige toestand werd geregulariseerd, wanneer een vervolging in wanverhouding zou staan tot de gepleegde feiten en de persoon van de dader. In die gevallen is er sprake van een seponering om opportuniteitsredenen.
Tenslotte kan een seponering gekoppeld worden aan bepaalde voorwaarden die door de dader moeten nageleefd worden. Deze voorwaarden worden dan aan de dader ter kennis gebracht door de politie. Hier spreekt men van de praetoriaanse probatie.
|