​HOF VAN CASSATIE 
COUR DE CASSATION KASSATIONSHOF

​Jaarverslagen

Raadpleeg de website van het jaarverslag 2022

Mercuriales

Van 1990 tot 1999

1999
J​.M. PIRET, "Een eeuw bedenkingen over Justitie."
1998
E. LIEKENDAEL, ​"Bescheiden bijdrage tot een beschouwing over een gewichtig probleem: de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de federale ministers." 
1997
E. LIEKENDAEL, ​ "De scheiding van de machten aan de vooravond van het derde millenium."
1996
J. VELU, ​ "De scheiding van de machten aan de vooravond van het derde millenium."
1995
J. VELU, ​"Beschouwingen over de Europese regelgeving inzake betrekkingen tussen gerecht en pers."
1994
​J.M. PIRET, ​"Het parket van cassatie." 
1993
 J​. VELU, ​"Overwegingen omtrent de betrekkingen tussen de parlementaire onderzoekscommissies en de rechterlijke macht." 
1992
J. VELU, ​"Toetsing van de grondwettigheid en toetsing van de verenigbaarheid met de verdragen." 
1991
H. LENAERTS, ​"Cassatierechtspraak vandaag." 
1990
E. KRINGS, ​"Aspecten van de bijdrage van het Hof van cassatie tot de rechtsvorming."

Van 1980 tot 1989

1989
E. KRINGS, ​​"Enkele beschouwingen betreffende Rechtsstaat, scheiding der machten en rechterlijke macht."
1988
E. KRINGS, ​"Plichten en dienstbaarheden van de leden van de Rechterlijke Macht." 
1987
E. KRINGS, ​"Kritische kanttekeningen bij een verjaardag."
1986
E. KRINGS, ​"De Rechterlijke Macht en de faillissementsprocedure."
1985
E. KRINGS, ​"Beschouwingen over de gevolgen van de door het Arbitragehof gewezen arresten." 
1984
​​E. KRINGS, ​"Overwegingen bij de toepassing van de wet op de voorlopige hechtenis." 
1983
​​E. KRINGS, ​"Het ambt van de rechter bij de leiding van het rechtsgeding." 
1982
F. DUMON, ​"Over het openbaar ministerie."
1981
​F. DUMON, ​"De Rechterlijke Macht, onbekend en miskend."
1980
F. DUMON, ​"Quo vadimus ?" 

Van 1970 tot 1979

​​1979
F. DUMON, ​"Over de Rechtsstaat"
1978
F. DUMON, ​"De motivering van de vonnissen en arresten en de bewijskracht van de akten."
1977
F. DUMON, ​"Ontwerpen voor hervormingen en jurisdictionele functie."
1976
R. DELANGE, ​"Overwegingen over de strafrechtelijke verantwoordelijkheid en de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de ministers en staatssecretarissen." 
1975
​F. DUMON, ​ De opdracht van de hoven en rechtbanken. Enkele overwegingen." 
1974
​R. DELANGE, ​"Optreden van het Hof van cassatie bij onttrekking van de zaak aan de rechter en verwijzing van een rechtbank naar een andere."
1973
​W. GANSHOF VAN DER MEERSCH, ​"Overwegingen omtrent de kunst recht te spreken en de uitoefening van het rechterlijk ambt."
1972
​W. GANSHOF VAN DER MEERSCH, ​"Beschouwingen over de herziening van de Grondwet."
1971
​P. MAHAUX, ​"Het rechterlijk gewijsde en het Gerechtelijk Wetboek" 
1970
​W. GANSHOF VAN DER MEERSCH, ​"Opmerkingen over de tekst van de wet en de algemene rechtsbeginselen." 

Van 1960 tot 1969

​​1969
W. GANSHOF VAN DER MEERSCH, "De Belgische rechter tegenover het internationaal recht en het gemeenschapsrecht."
1968
​W. GANSHOF VAN DER MEERSCH, "Reflecties over internationaal recht en de herziening van de Grondwet."
1967
​R. HAYOIT DE TERMICOURT, ​"De voltallige zittingen in het Hof van cassatie" 
1966
R. HAYOIT DE TERMICOURT, ​« Considérations sur le projet de Code judiciaire. » 
1965
​L. DEPELCHIN, ​"Overwegingen bij artikel 2 van het Strafwetboek." 
1964
​R. HAYOIT DE TERMICOURT, « Les pourvois dans l’intérêt de la loi et les dénonciations sur ordre du ministre de la Justice. » 
1963
​R. HAYOIT DE TERMICOURT, ​"Conflict tussen het verdrag en de interne wet."
1962
​R. HAYOIT DE TERMICOURT, « La Cour de cassation et la loi étrangère. » 
1961
​W. GANSHOF VAN DER MEERSCH, ​ "Rechtsbewustzijn en volkenrechtelijk strafrecht."
1960
​R. HAYOIT DE TERMICOURT, « Le Conseil supérieur du Congo. 1889-1930. »

Van 1950 tot 1959

​​1959
R​. JANSSENS DE BISTHOVEN, ​"Overwegingen omtrent de bestraffing van de sluikerij ter zake van douane."
1958
​R. HAYOIT DE TERMICOURT, « Les réclamations en matière d’impôts sur les revenus. »
1957
​​R. HAYOIT DE TERMICOURT, ​"Bedrog en grove schuld op het stuk van niet-nakoming van contracten."
1956
​R. HAYOIT DE TERMICOURT, « Un aspect du droit de défense. » 
1955
​​R. HAYOIT DE TERMICOURT, ​"De parlementaire immuniteit."
1954
​​R. HAYOIT DE TERMICOURT, « Propos sur l’article 95 de la Constitution. » 
1953
​​R. HAYOIT DE TERMICOURT, ​"Het Hof van verbreking in 1853."
1952
​​L. CORNIL, « La Cour de cassation. Réformes mineures de la procédure. »
1951
​​L. CORNIL, ​"Een voorontwerp van wet betreffende de misdadige jeugd." 
1950
​​L. CORNIL, « La Cour de cassation. Considérations sur sa mission. » 

Van 1944 tot 1949

1949
C. COLARD, ​"De vrouw in de rechtsbedeling."
1948
​L. CORNIL, « La Cour de cassation. Ses origines et sa nature. »
1947
​​L. CORNIL, ​"De wederopbouw van het Justitiepaleis te Brussel."
1946
​L. CORNIL, « Propos sur le droit criminel. » 
1945
​R. JANSSENS DE BISTHOVEN, ​"De juridische gevolgen van den brand in de griffie van het Hof van verbreking." 
1944
​L. CORNIL, « Discours prononcé à l’audience solennelle de rentrée. » 

Van 1930 tot 1939

1939
​R. HAYOIT DE TERMICOURT, « Le Conseil d’État et le pouvoir judiciaire. »
1938
​​A. GESCHÉ, ​"Over de overtredingen in zake van douanen en accijnzen."
1937
​​G. SARTINI VAN DEN KERCKHOVE, « Réflexions sur l’instance et la procédure de cassation en matière répressive. »
1936
​L. CORNIL, ​"De taak van magistraat en advocaat op het gebied van het strafrecht."
1935
​G. SARTINI VAN DEN KERCKHOVE, « Une juridiction internationale de droit privé. » 
1934
​​A. GESCHÉ, « Des motifs des jugements et arrêts. »
1933
​​A. GESCHÉ, « Des motifs des jugements et arrêts. » 
1932
​B. JOTTRAND, « Les juges d’un peuple libre. »
1931
​B. JOTTRAND, « De certaines dispositions garantissant la liberté. » 
1930
​ B. JOTTRAND, « L’établissement de la liberté. » 

Van 1920 tot 1929

​​1929
​B. JOTTRAND, « Sur le chemin de la liberté. »
1928
​P. LECLERCQ, « Propos constitutionnels ? » 
1927
​P. LECLERCQ, « Le conducteur d’une automobile, qui tue ou blesse un piéton commet-il un acte illicite ? »
1926
​G. TERLINDEN, « Adieux. » 
1925
​​G. TERLINDEN, « De la Cour de cassation. »
1924
​G. TERLINDEN, « La lutte contre l’avortement. Le secret médical. » 
1923
​G. TERLINDEN, « Un jubilé. »
1922
​G. TERLINDEN, « Cinquante années de discours de rentrée à la Cour de cassation de Belgique (1869 à 1922). »
1921
​G. TERLINDEN, « Les chambres réunies. Arrêts en matière fiscale et criminelle (période de 1869 à 1921). »
1920
​G. TERLINDEN, « La magistrature belge depuis l’Armistice. » 

Van 1880 tot 1889

​​1889
​C. MESDACH DE TER KIELE, « Le procureur général Mathieu Leclercq. »
1888
​C. MESDACH DE TER KIELE, « Les anciens biens ecclésiastiques mis à la disposition de la Nation. » 
1887
​​C. MESDACH DE TER KIELE, « La propriété des édifices religieux en Belgique. »
1886
​C. MESDACH DE TER KIELE, « Les retours de jurisprudence. » 
1885
​​C. FAIDER, « Le génie de la Constitution. » 
1884
​C. FAIDER, « La topique constitutionnelle. » 
1883
​C. FAIDER, « La justice belge et son palais. »
1882
​C. FAIDER, « Le droit de pétition. »
1881
​C. FAIDER, « La force publique et la paix intérieure. »
1880
​C. FAIDER, « La force publique. »

​«Het Hof van Cassatie en de hoven van beroep komen ieder jaar na de vakantie in algemene en openbare vergadering bijeen.De procureur-generaal bij het Hof van Cassatie of een van de advocaten-generaal die hij daarmee belast heeft, houdt een rede over een bij die gelegenheid passend onderwerp».

​– ​​Artikel 345 van het Gerechtelijk Wetboek
​gewijzigd door de wet van 22 december 1998

Oorsprong van mercuriales

“In de oude gerechtshoven had het parket onder meer het voorrecht om tijdens tuchtzittingen het woord te nemen. Dit gebruik werd in  juli 1493 bij ordonnantie van de Franse koning Karel VIII ingevoerd. Met het oog op een strikte naleving van de wet beval hij dat elke maand, ‘le mercredi après disné’, vanwaar de benaming ‘mercuriales’, namelijk zittingen die op de dag van Mercurius gehouden worden, de rechters een gewetensonderzoek zouden verrichten en, in voorkomend geval, terechtgewezen zouden worden, zodat de overtreders van de ordonnanties bestraft konden worden”.

​Mercuriale 1922, G. TERLINDEN,« Cinquante années de discours de rentrée à la Cour de cassation de Belgique (1869 à 1922) »

​WetgevendE verslagen

​Artikel 11 van de wet van 25 april 2007 tot oprichting van een Parlementair Comité belast met de wetsevaluatie bepaalt dat de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie en het College van procureurs-generaal aan het Comité in de loop van de maand oktober een verslag toezenden dat een overzicht bevat van de wetten die voor de hoven en de rechtbanken tijdens het voorbije gerechtelijk jaar moeilijkheden bij de toepassing of de interpretatie ervan hebben opgeleverd. 

Anders dan de voorgaande jaren, maar in navolging van het College van procureurs-generaal bij de hoven van beroep, die al jaren geen verslag meer doorsturen, zal de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie evenmin een wetgevend verslag voor het jaar 2023 indienen

De belangstellende lezer zal de redenen voor die keuze kunnen vernemen in de desbetreffende rubriek aangaande het verslag 2023 van het Hof, die weldra op zijn website zal kunnen worden geraadpleegd. Voor het overige zal de toekomst van dat mechanisme ongetwijfeld ook afhangen van de uitkomst van de werkzaamheden die de Senaat onlangs heeft aangevat over de mogelijke opheffing of wijziging van dat mechanisme (zie Parl. St. Senaat, nr. 7-131/1, 11 december 2019, en 7-131/2, 24 oktober 2023).

Andere

​​​Hieronder kunt u diverse publicaties van het Hof raadplegen.

​​Een cijfermatige doorlichting van de rechtspraak van het Hof in de periode 2000 - 2020  ​ ​Memorandum van de drie hoogste rechtscolleges  ​ ​Memorandum 2019 van de zetel en het parket van het Hof van Cassatie aan de informateur van de nieuwe federale regering  ​ ​​Kort lexicon tot nut van de rechtzoekende   ​